van molesyl naar bordaa hûs: de levensweg van 'earme antsje'
TEKST EN FOTO'S: SYMEN A. SCHOUSTRA, DORPSHISTORICUS VAN JIRNSUM
Antje Boersma (1847-1919) werd geboren op Molesyl, een boerderij aan de oostelijke oever van de Boarn, halverwege Oudeschouw en Jirnsum. Zij was de jongste dochter van Bauke Annes Boersma en Taetske Klazes Nijdam. Na hun trouwen in 1835 woonden Bauke en Taetske eerst enkele jaren op een boerderij bij Warga, waar hun zoons Anne en Klaas ter wereld kwamen. Grietje, de oudere zus van Antje, werd net als zij geboren op Molesyl. Antjes pake, Klaas Cornelis Nijdam, de rijkste boer in de wijde omtrek, kocht Molesyl in 1838. Het was een kop-hals-romp boerderij, destijds met bijna 28 ha land, waaronder hooiland bij Terhorne. Daar voer men ‘s zomers met de praam naar toe. In die tijd ging vrijwel alle vervoer, ook van mensen, over het water.
De boerderij Molesyl
De Molesyl (Mounesyl) dankt zijn naam aan een ‘zijl’ (een sluis) die vroeger op die plek lag en die in 1438 nog met de naam Keimpemazijl werd aangeduid. De zijl was kort daarvoor in de Leppedyk gelegd. Oorspronkelijk was het misschien niet meer dan een waterlossing, in de vorm van een houten koker door het dijklichaam. Later voeren er via dit sluisje ook schepen over de Sylroede richting oosten. Het bleek een sluiproute om te voorkomen dat de schippers tol moesten betalen bij de Jirnsumersyl, die eigendom was van de stad Leeuwarden. Om aan de tol-ontduiking een einde te maken kocht de stad Leeuwarden in 1477 de Keimpemazijl en nog een paar sluisjes in deze omgeving. De naam Molesyl is van latere datum, toen bij deze plek een watermolen stond. In 1877 werd het waterpeil gelijk getrokken en een bruggetje over de Sylroede gelegd. Het sluisje verdween, maar de naam Molesyl bleef tot vandaag de dag in gebruik.
Vruchtbare weilanden en rijke boeren
Rondom Jirnsum liggen vruchtbare weilanden, dankzij een dik en breed pakket kleigrond dat is afgezet door de vele overstromingen van de Boarn. Via de Middelzee, een zeearm die Friesland vroeger in tweeën sneed en waar de Boarn in uitmondde, kon het zoute zeewater binnendringen tot Haskerdijken en zelfs voorbij Aldeboarn. Rond het jaar 1000 werden aan weerszijden van de Boarn dijken opgeworpen en een paar eeuwen later was de Middelzee bij de Jirnsumersyl afgedamd.
Het Bordaa Hûs in Jirnsum
In 1877 verhuisde Antje Boersma met haar ouders naar Jirnsum, naar een grote rentenierswoning die haar vader had laten bouwen door de plaatselijke architect Jacob Ruurds Nijdam. Van zijn hand zijn diverse andere grote panden in Jirnsum, waaronder de NH-kerk, de oude school en de pastorie. Antje was toen 30 jaar en nog steeds ongetrouwd. Antjes ouders hebben niet lang plezier gehad van hun nieuwe huis, want luttele jaren later waren beide dood. Vanaf dat moment zat Antje helemaal alleen in het grote ‘herenhuis’ dat ze had geërfd. Ze zou er tot aan haar dood blijven wonen.
Earme Antsje
In een huisje aan de overkant van de Boarn, precies tegenover het grote huis van Antje, woonde Pieter Oosterwal. Hij was huisschilder en maakte ook schilderijen en beelden van een soort papier-maché. Wat niet kon en mocht gebeurde toch: Antje kreeg een relatie met ‘die kunstenaar’. De familie sprak er schande van en maakte haar duidelijk dat van een huwelijk absoluut geen sprake kon zijn. En dus bleef Antje Boersma ongetrouwd. Maar … op zeker moment is Pieter wel bij haar ingetrokken. Ze waren hun tijd ver vooruit, want ongehuwd samenwonen was rond 1900 héél bijzonder.
Geld maakt niet gelukkig
Antje was de rijkste vrouw van Jirnsum. In het belastingoverzicht van 1901 staat vermeld dat Pieter een geschat jaarinkomen had van fl. 400,-, in die tijd een gebruikelijk loon voor arbeiders en kleine winkeliers. “Anna B. Boersma, zonder beroep” had een inkomen van fl. 6.200,-. Dit inkomen kwam uit de rente van haar vermogen en de huuropbrengsten van drie boerderijen. Alleen de plaatselijke olieslager verdiende meer, maar die moest er wel voor werken! Met een knipoog naar haar rijkdom kreeg Antje in de volksmond de bijnaam ‘Earme Antsje’ omdat ze niet met haar geliefde mocht trouwen.
Net als het woongedeelte van Molesyl, waar Antjes wieg stond, bestaat ook het huis waar Antje stierf nog steeds. Het draagt de naam Bordaa Hûs, afgeleid van Bordine, wat een oude naam is voor de Boarn. Niet voor niets is ‘Doarp oan de rivier’ de dorpsslogan van Jirnsum! Om de herinnering aan “Earme Antsje” levend te houden heeft zangeres Grytsje Kingma een Friestalig lied over haar leven gemaakt!
het lied van 'earme antsje'
Earme Antsje waard se neamd,
mar wa hie der net fan dreamd
om wat fan har jild te krijen
har besit, har landerijen?
’t Wie har lykwols ek ta lêst:
steat en oansjen, se siet fêst.
Earme Antsje hie as faam
noait in frijer by har naam.
Och, se wie fierstente sinnich
en sa bleau se oer, allinnich,
want de leafde fan har hert
woe se ha, mar dat koe net.
’t Stânsferskil wie fierste grut,
de famylje sei har hurd:
‘sykje ’n boer út eigen rûnte,
net sa’n ferver, dat is sûnde’.
Antsje knikte wol fan ‘ja’,
mar har hert woe Piter ha.
Boer by boer, sa bleau yn stân
pleatsen, fee, besit en lân.
Antsjes leafde waard ferballe
want se mocht gjin keunstner wolle.
Earme Antsje waard bestjoerd
troch famyljebân en –bloed.
Mar doe’t frij ticht op elkoar,
nei har heit har mem ferstoar,
foel beheining fuort foar Antsje.
Krige se dan no har mantsje?
Yn it grutte hearehûs
wie der romte by de rûs.
Earme Antsje die it net,
koe net trouwe foar de wet.
Want se woe gjin argewaasje,
dus it waard in LAT-relaasje.
Praktysk wie dat net in toer:
Piter wenne foar har oer.
Yn har testamint beskreaun
stie: Begraaf my neist myn freon.
En, sa binn’ se sûnt har stjerren
yn ’e ivichheid tegearre.
Dochs in span, mar nei har dea –
by’t libben joech har jild har neat.
het lot van boerderij Molesyl
Vlak voor de WOII, in 1939, viel Molesyl uiteen. Molesyl was voor die tijd een behoorlijk grote boerderij, met stallen voor 35 koeien, ruim 32 ha vruchtbaar weiland en meer dan 4 ha prima hooiland bij Terhorne. Dat hooiland had al honderden jaren aaneen bij deze boerderij behoord. Op de finale veiling kwam er geen bod voor het geheel, wat betekende dat ‘de pleats útinoar fleach’. Daarmee kwam een einde aan dit boerenbedrijf, dat ruim 100 jaar in handen was van de familie Boersma. Bauke Baukes Boersma, kleinzoon van Antjes broer Klaas, was de laatste boer. De landerijen kregen verschillende eigenaren en de schuur ging na de oorlog tegen de grond. De kop-hals werd aanvankelijk gebruikt als zomerhuis maar is nu weer permanent bewoond.
OPROEP: wie heeft een foto van Molesyl, vóór de afbraak van de boerenschuur? Reacties graag naar historie@irnsum.nl