de geheimen van de dulf
KLAAS JAGER, DICHTER EN VOGELAAR. TEKST EN INTERVIEW: MARY VAN DER GRAAF. PORTRETTEN: WILLY WILPSTRA
De Dulf tussen Tijnje en Nij Beets lijkt een grote stille vlakte, maar wie met vogelkenner en dichter Klaas Jager op pad gaat, ontdekt een waar vogelparadijs. In dit stukje beekdal van het Koningsdiep is de veldleeuwerik nog volop te horen, vliegt het paapje rond, baltst de watersnip en broeden kluten.
“De kievit die daar vliegt, heeft jongen”, merkt Klaas Jager achteloos op. Hij ziet het aan de manier van vliegen. “Deze kievit waarschuwt voor gevaar en gidst de jongen naar voedselplekken. Als er op een ander perceel meer voedsel is, zorgen de ouders dat de jongen de sloot overzwemmen. Ze roepen de kuikens en vliegen net zolang van de ene naar de andere kant totdat hun kroost volgt.” Dit inkijkje in het leven van de kievit maakt gelijk duidelijk dat broedvogels rust – dus ook stilte – nodig hebben. Vogels moeten elkaar kunnen horen en dat is in de Dulf soms lastig vanwege de A7. Jager, die voor Staatsbosbeheer de vogelstand in kaart brengt, ziet in zijn tellingen het effect van de geluidshinder. Hoe dichter bij de snelweg hoe minder soorten er broeden. Hij zou graag geluidsschermen zien langs het stukje A7 dat de natuurgebieden de Dulf en Van Oordt’s Mersken doorsnijdt. “Als de weg nu aangelegd zou worden, zou het plaatsen van geluidsschermen vanwege de unieke natuurwaarde verplicht zijn. Maar ja, de weg ligt er al.”
Alarmroep
De Dulf, Van Oordt’s Mersken en de Ripen vormen samen een aaneengesloten gordel van bloemrijk, nat grasland. Dit deel van het beekdal is daardoor heel belangrijk voor weidevogels en door Staatsbosbeheer aangemerkt als speciaal gebied. Dit betekent extra aandacht voor de ontwikkelingen van de vogelstand om helder te krijgen welke ingrepen het beste werken. Jager kent deze terreinen dan ook als zijn broekzak. Spannende gebieden vol verrassingen. Onlangs zag hij tijdens zijn telrondje een otter in het Koningsdiep. Half mei blijkt opeens de helft van de negentig paar kieviten uit de Ripen te zijn verdwenen. En vandaag loopt de ervaren speurder tegen een tureluursnest aan dat nog niet op zijn topografische veldkaart was ingetekend. Zo’n nest is voor een leek niet te vinden, want slechts een paar licht gebogen grasstengels duiden op de aanwezigheid van vier eieren in een kuiltje. “Hoor je nu dat ‘tuk’ ‘tuk’. Dat is de alarmroep van de tureluur, die jongen heeft in het aangrenzende perceel. Bij het inventariseren let ik vooral op dit soort gedrag, ik tuur dus niet constant naar de grond om nesten te zoeken – dat is de standaardmethode van vogels tellen.”
Ratelaar
Tijdens inspecties van de Dulf, die ongeveer drieënhalf uur duren, is Jager alle 28 soorten weidevogels tegengekomen. Hij spreekt liever over graslandvogels, want soorten als gele kwikstaart, graspieper, knobbelzwaan, meerkoet en het paapje vallen er ook onder. Vol trots vertelt hij dat de veldleeuwerik met zeventig broedparen hier nog heel talrijk is. Het aantal leeuweriken is landelijk sinds 1960 met 95% afgenomen en daarmee is deze soort een van de grootste slachtoffers van de huidige landbouw. “Kijk, daar in de verte aan de rand van die poel lopen kemphanen. Kemphanen zijn echt pronkstukken van het gebied, zij staan symbool voor gevarieerd hooiland.” In de poel zwemmen ook zomertalingen en wintertalingen. Dit zijn zeldzame eendjes, die op de Rode Lijst van bedreigde diersoorten staan. Verderop loopt nog een kluut naar voedsel te zoeken. Jager heeft ontdekt dat deze elegante zwart-witte steltloper met zijn naar boven gebogen snavel hier ook broedt. “Tegenwoordig nestelen ook bergeenden hier. Normaal gesproken broeden die in konijnenholen, maar bij gebrek daaraan zoeken ze andere opties. Ze proberen nu het beekdal waar ze onder rietschoven kruipen. Ik vind het een mooi voorbeeld van de flexibiliteit en overlevingsdrang van dieren”. De Kening fan é Greide laat zich nauwelijks zien. De grutto’s broeden nog volop en blijven op hun nesten zitten. Alleen een enkele vogel die even de vleugels wil strekken vliegt boven het veld. De rijkdom aan vogels heeft alles te maken met de rijkdom aan vegetatie. Er is veel variatie van lage en iets hogere begroeiing. Er zijn poelen, kale stukken modder met genoeg pollen voor dekking en er is een grote verscheidenheid aan planten waardoor insecten (voedsel voor de kuikens) worden aangetrokken. Ondanks al die verschillende planten zoals ratelaar en zilverschoon (die ‘s zomers de vlakte geel kleuren), koekoeksbloem, vossenstaart, spaanse ruiter, reukgras of rietgras vindt Jager de hoeveelheid insecten tegenvallen. “Als je door het veld loopt vliegen er wel aardig wat insecten voor je uit maar het zijn niet die zwermen zoals vroeger”.
Kwelwater
“Gebieden met weidevogels zijn eilandjes geworden, dus kwetsbaar,” stelt Jager. “Hier in het beekdal kwam vroeger veel mineraalrijk kwelwater voor. Daar is nu nauwelijks nog sprake van; de verdroging door ontwatering van de omliggende veenpolders is een structurele bedreiging. Staatsbosbeheer, de grondeigenaar, besteedt weliswaar veel aandacht aan de waterhuishouding, maar makkelijke oplossingen zijn er niet.” Plannen om het gebied in te richten als zomerpolder, waardoor het gebied ’s winters niet meer bemalen wordt en onder water staat, zijn volgens Jager niet zonder risico’s. ‘’Ook al is de huidige situatie niet ideaal, je weet nu wat je aan natuurwaarde hebt”. Hij vraagt zich af of er op den duur moeras met natte ruigten zal ontstaan en mogelijk later zelfs ontwikkeling van moerasbos. Als het die kant op zou gaan, wordt het gebied onaantrekkelijk voor de meeste weidevogels, zoals de veldleeuwerik.
In de wintermaanden wisselt Jager zijn verrekijker in voor de balpen. Dan richt hij zich helemaal op zijn andere passie; het schrijven. Uren achter zijn bureau met, zoals hij het zelf omschrijft, grenzeloos denken. Het geeft hem het gevoel dat hij bestaat. Uitgeverij ‘In de Knipscheer’ weet al geruime tijd dat Jager bestaat. Zij brachten in 2001 zijn eerste dichtbundel ‘Windwakken in de tijd’ uit en verleden jaar verscheen alweer zijn vierde bundel ‘Tussen hond en wolf’. Bundels die goede recensies uit het hele land kregen.